fbpx

‘Daar komt de slang’

Geschreven door: Ruth Wolters (Geneeskundestudent & Co-assistent)
Geredigeerd door: Anushka van de Kamp - Tedjai

De maag-, darm-, leverafdeling is bij velen vooral bekend door de onderzoeken die ze daar uitvoeren, de endoscopieën. Maar wat gebeurt er bij zo’n onderzoek? Hier een kort overzicht met de twee meest uitgevoerde onderzoeken op het endoscopiecentrum.

GastroscopieDe gastroscopie

Bij een gastroscopie wordt er gekeken naar de binnenkant van de slokdarm, maag en het eerste deel van het duodenum. Er wordt specifiek gekeken naar afwijkingen zoals een Barret-slokdarm (verandering van slijmvlies door opkomend maagzuur), maagzweren of een verdenking op maagkanker. Het is belangrijk dat patiënten nuchter zijn voor het onderzoek. Je wil natuurlijk niet dat de boterham met pindakaas tijdens de scopie omhoog komt.

Om het onderzoek wat prettiger te maken voor de patiënt kan er keelverdoving worden gegeven middels een spray. Hierdoor is het minder pijnlijk en wordt de kokhalsreflex wat verzwakt. Via de mond wordt de scoop, een flexibele slang van ongeveer een vinger dikte, naar binnen gebracht. De arts bekijkt het slijmvlies en neemt biopten mocht dit nodig zijn. Het duurt in totaal ongeveer 5 tot 15 minuten. Na de tijd legt de arts meestal meteen uit wat er gezien is en of er een vervolgafspraak nodig is.

ColoscopieDe coloscopie 

Het kijkonderzoek van de dikke darm is bij veel mensen bekend. Waarschijnlijk doordat dit wordt gebruikt bij het bevolkingsonderzoek om darmkanker op te sporen. Daarnaast wordt het onderzoek onder andere uitgevoerd bij mensen met (bekende) chronische darmaandoeningen of bij rectaal bloedverlies.

Als voorbereiding is het noodzakelijk om twee tot vier liter laxerende vloeistof te drinken. De darm moet zo schoon mogelijk zijn om het slijmvlies met een scoop te bekijken. Door de vloeistof wordt de ontlasting dun en moet de patiënt vaker naar het toilet. 

Op de dag van het onderzoek krijg je als patiënt een infuus. Deze ingang kan gebruikt worden om de patiënt een ‘roesje’ te geven. Door het roesje wordt het onderzoek minder pijnlijk en maakt de patiënt het niet zo bewust mee. Het nadeel is dat je ook na het onderzoek nog warrig bent en dus niet alleen naar huis mag rijden. 

Bij het onderzoek zelf wordt de scoop via de anus opgeschoven tot en met het laatste deel van de dikke darm, het coecum. Eenmaal daar kan ook nog het laatste deel van de dunne darm (terminale ileum) en de ingang van de blinde darm (appendix) worden bekeken. De slang wordt langzaam teruggetrokken zodat de gehele darm geïnspecteerd kan worden. Zichtbare poliepen worden verwijderd en bij ontstekingen worden biopten afgenomen. Ook kan het gehele traject worden vastgelegd middels foto’s en korte filmpjes. De meest voorkomende complicaties is een bloeding. Dit kan ontstaan nadat een poliep is weggehaald. Dit is vaak onschuldig en verdwijnt vanzelf.