fbpx

Medicatie bij psychiatrische problemen

Geschreven door: Ruth Wolters (Geneeskundestudent & Co-assistent)
Geredigeerd door: Anushka van de Kamp - Tedjai

Binnen de psychiatrie wordt vaak medicatie voorgeschreven om bijvoorbeeld angstige- of depressieve gevoelens te onderdrukken. Maar welke soorten medicatie bestaan er eigenlijk?

Medicatie bij stemmingsklachten

MedicatieEr is een medicatieprotocol gemaakt om depressies te behandelen. Je begint meestal met een serotonineheropnameremmer (SSRI). Dit middel zorgt, zoals de naam al zegt, dat serotine niet wordt heropgenomen in de zenuwcel. Hierdoor verminderen de depressieve klachten. Het duurt minimaal 4-6 weken voordat het middel begint te werken. Bijwerkingen bestaan uit o.a. maag-darm klachten, seksuele problemen en een bloeddrukstijging.

Mocht een SSRI niet voldoende werken dan kan worden overgegaan op een TCA, een tricyclisch antidepressivum. Het middel werkt op verschillende vlakken. Het heeft een serotonerge, noradrenerge, antihistaminerge en anticholinerge werking. Dit zorgt er ook voor dat er een breed scala aan bijwerkingen kan ontstaan. Dit varieert van een droge mond tot hartritmestoornissen. Ook is het bij dit middel nodig om een bloedspiegelbepaling te doen om te kijken of de aanbevolen referentiewaarde is bereikt. 

Mochten bovenstaande middelen niet werken dan kan lithium worden toegevoegd aan de behandeling. Dit middel is op de lange termijn wel slecht voor de nieren. Ook hebben patiënten vaak last van ernstige dorst, tremor en gewichtstoename. 

Bij therapieresistente depressie kan worden overgeschakeld naar een MAO-remmer (Monoamine-oxidase remmer). Het grote nadeel zijn de potentieel ernstige bijwerkingen zoals het serotonerg syndroom. 

Uiteindelijk verschilt het per patiënt wat het beste stappenplan is qua medicatie. 

Antipsychotica

Binnen de antipsychotica wordt onderscheid gemaakt tussen de klassieke en atypische antipsychotica. Beide groepen worden gebruikt bij bijvoorbeeld psychotische stoornissen met wanen en hallucinaties. Het verschil zit hem vooral in de bijwerkingen. Bij de klassieke antipsychotica kunnen extrapiramidale bijwerkingen ontstaan zoals spiertrekkingen, krampen en stijfheid van de ledematen. Haloperidol is een voorbeeld van een klassiek middel. De atypische antipsychotica (o.a. clozapine, olanzapine en risperidon) veroorzaken vooral metabole bijwerkingen. Dan kun je denken aan gewichtstoename, stoornissen in het glucosemetabolisme en obstipatie.